U vindt hier de samenvattingen van elk van de 25 verhalen waarop de expo "Als stenen spreken" is gebaseerd, in het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels.

 

1 De kwartelbisschop

We gingen met de stoeltjeslift naar de hoogste rots van het Italiaanse eiland. Ik was hier al eens eerder geweest en de top van deze berg was voor mij de apotheose. Als vogelliefhebber kwam ik op deze plaats volmaakt aan mijn trekken. De top bood uitzicht over het hele gebied, maar de mist was nog niet opgeklaard. Er zat niets anders op dan te wachten.

Ik vertelde mijn vriendin dat de geestelijken die vroeger op het eiland verbleven een mooie collectie sieraden hadden opgebouwd: vooral objecten en juwelen in de vorm van vogels. Het eiland had ook eeuwenlang een bisschopszetel gehad die bekostigd werd met de opbrengst van de vogelvangst. Deze man werd ‘de kwartelbisschop’ genoemd. Maar de zilveren en gouden juwelen, bezet met prachtige parels en diamanten, geven het lijden van de echte vogels bepaald niet weer. Honderden wielewalen, zwaluwen, roodborstjes, kwartels en soortgenoten gingen in op de roep van de lokvogels die de eilandbewoners uitzetten en fladderden argeloos in de netten. Deze arme dieren bleven onophoudelijk zingen omdat hun ogen met een gloeiende naald waren uitgestoken. Na dagen van getjilp bezweken ze.

De mist was weggetrokken. Voor ons in de diepte een fabelachtig tafereel. Honderden vogels in alle maten en kleuren. Mijn vriendin vond mijn omschrijving van het uitzicht prachtig. En ze dacht aan het lot van de kwartels, die jaren geleden het licht in hun ogen hadden verloren, net als zijzelf.

  

2 Het karmozijnroze rouwjuweel

Stel u een kamer van zes bij vier meter voor. Een brede deur bevindt zich aan één van de uiteinden van de rechthoek. Twee langwerpige dubbele ramen verspreiden een karmozijnroze kleur tot diep in de kamer.
In de kamer hangt een indringende zoete geur van laudanum. In een leunstoel zit een vrouw. Een kleine antieke olielamp staat dicht bij haar hoofd. Rond haar slanke hals hangt een gouden ketting met een ovalen medaillon: een rouwjuweel. Ze draagt een zwaar zalmkleurig hemd, is halfbedekt door een exotische tuniek, aan haar voeten heeft ze hoge laarsjes. De onderrok van zwarte alpaca heeft de vorm van de samengedrukte peluw onder haar lichaam aangenomen. Ze ademt niet. Het tafereel is van een wrede schoonheid.
Door de regen achter de hoge ramen verschijnen in de kamer overal impressies. Nerveuze karmozijnroze silhouetten kruipen weg in vele richtingen, ook op het lichaam van de vrouw. Rond haar hals nog steeds het rouwjuweel, waarin een haarlok of de as van een overledene worden bewaard. Witte diamanten, die bleekroze glanzen.
Haar huid verandert, de kou wordt zichtbaar. De dode vrouw, met rond haar hals een begraafplaats voor zichzelf. 

 

3 De ring van Freud

Enige tijd geleden ben ik in Hampstead met een speer uit vroeger tijden genadeloos neergestoken. Ik liep door een boomrijke laan op weg naar mijn psychiater. Op de drempel van een huis zat een man van een andere tijd, met een wilde en warrige baard, een gouden kroon op zijn hoofd en een scepter in de hand. Op de top ervan zat een levende arend.
Aan de overkant van de laan wandelde een vrouw over het trottoir met enkel wat linnen om haar lenden. Op haar hoofd droeg ze een vreemde helm. Ik zag een rode haarlok. Ze hield een speer en een schild vast.
Ik wandelde nog steeds door de laan. Plotseling duwde een man een rode ring in mijn richting en verdween razendsnel. Vreemd: deze man leek als twee druppels water op mij. Voor ik iets kon doen, stond ik tegenover de vrouw die ik daarnet nog had gezien – ze hield haar speer in de aanslag.
De speer treft me. Ik zak als een vertraagde schroef in elkaar. Mijn blonde haren zullen mijn beschadigde hoofd voor altijd verbergen.

Als ik met een klap op de straatstenen val, zie ik mijn psychiater hoog boven mij, met zijn handen boven mijn gezicht. Nog een klap. Hij heeft een rode ring aan een van zijn vingers: een intaglio, waarin een beeltenis van Zeus is gekrast. Een scepter in de hand, een grote vogel op die scepter. Ook mijn moordenares staat bij de collectie mythische figuren op de ring: het is Minerva. Ze houdt nu een schild voor haar schaamdeel, en de speer staat rechtop. 

 

4 De nachtwaker

Na jaren te hebben gewerkt in een lichtfabriek heeft Frans Banning de dag de rug toegekeerd en een job als nachtwaker genomen in het stadsmuseum. Hij werkt er nu al zeven jaar. En iedere avond kijkt hij, onderweg naar zijn werk, naar de sterren: Capella, Aldebaran, Rigel, Sirius, Procyon en Castor.
Ook als Banning, na een nacht van waken, weer huiswaarts keert, neemt hij altijd dezelfde weg. Zo vroeg op de morgen is de maan vaak nog wakker. Af en toe wordt hij zelfs door een vallende ster uitgezwaaid. Hij heeft ergens gelezen dat er een uitgedoofde ster ontdekt is op vijftig lichtjaren van de aarde. Officieel heet ze BPM 37093, maar voor het grote publiek is ze Lucy gedoopt. Het reusachtige gevaarte heeft een kern van wel vierduizend kilometer en die bestaat volledig uit diamant.
Zijn moeder zei hem vroeger dat vallende sterren geluk brengen. Dat je een wens mocht doen. Dat die wens zou uitkomen. Maar nu denkt hij veel meer over de dreigende inslag op aarde van het gevaarte met de mooie naam. Vierduizend kilometer diamant boven je hoofd, daartegen kan zelfs een wens niet helpen. 

 

5 De tragische dood van kunstverzamelaar Alexander P. Basilevski

Op 19 oktober 1902 werd in Parijs de Russische kunst- en antiekverzamelaar Alexander Petrovitsj Basilevski dood aangetroffen. Zijn vrouw Anna deed de akelige ontdekking. Het hoofd was met een scherp voorwerp van de romp gesneden. Niet ver van de plaats waar hij in twee delen lag, stond een reliekbuste van de Heilige Justus. Ook deze heilige was onthoofd.
Alexander Basilevski had enkele dagen voordien op een veiling een fenomenale som betaald voor deze buste.

Hoofdinspecteur Veine merkte als nauwkeurig observator onmiddellijk iets vreemds op. Op technisch vernuftige wijze had de dader een steentje verstopt op het vlakke gedeelte van de romp. Het bleek een uiterst zeldzame rozerode cushion diamant te zijn.
Het leek wel een rituele moord. Iemand die zo’n steentje achterliet, deed het niet voor het geld, besefte ik. Ik voelde me onbehaaglijk. Samen met Veine ging ik de weduwe ondervragen. Ze vertelde dat de steen tijdens de veiling uit een reliek was gevallen, en dat Alexander en zij die hadden opgeraapt. En meegenomen.

Postscriptum:
Enkele uren nadat Anna haar verhaal had gedaan, werden er ten huize van het echtpaar Basilevski nog drie lijken gevonden. Alledrie waren ze onthoofd, precies zoals Alexander Petrovitsj Basilevski. De drie lichamen, wier hoofd in hun eigen schoot was gelegd, werden geïdentificeerd als Anna Basilevski, hoofdinspecteur George Veine en hulpinspecteur François Dellecours. Die laatste ben ikzelf. De rozerode diamant lag tussen ons in te schitteren. 

 

6 Sylvia’s signatuur

Telkens als je naar een film met Sylvia Kristel in de hoofdrol kijkt, zal je in een bepaalde
sequentie eigenaardigheden ontdekken - vooral de beweging die ze met een van haar handen maakt. En als je naar die handen kijkt zie je altijd weer dezelfde ring opduiken. Het juweel is vrij eenvoudig, vervaardigd uit witgoud en bovenaan bekroond met een helder geslepen diamantje.
Sylvia krijgt de ring van haar oma op de dag dat ze haar een verhaal vertelt dat zij op haar beurt heeft gehoord van de hoofdzuster van haar internaat. Het verhaal ging als volgt: “In de 16de eeuw werd Queen Elisabeth, koningin van Engeland, verrast met een bijzonder cadeau van haar minnaar: een diamanten ring waarmee ze zomaar in het vensterglas kon kerven. Zo kon ze boodschappen in spiegelbeeld rechtstreeks op het raam van haar privévertrek schrijven.”
Ook Sylvia Kristel vond het als kind al bijzonder fascinerend om vanachter glas naar de wereld te kijken. Met de ring van haar oma om haar vinger kon ze nu ook, net zoals de koningin van Engeland indertijd, op het raam van het hotel van haar ouders krassen en haar boodschappen in spiegelschrift de wereld in sturen.
En de ring is ze altijd blijven dragen. Zodat deze ring, zonder echt op te vallen, het meest gefilmde juweel uit de moderne West-Europese filmindustrie is geworden.

  

7 Het verlies

Eerst kwam de vrouw. In een prachtig uitgesneden avondjurk ging zij voor de glazen vitrine in het museum staan. Enkele mannen liepen bewonderend achter haar aan en vormden een rij van wachtenden tussen de twee witte muren in de enge ruimte. De vrouw boog zich licht voorover. In de vitrine stond een koffertje met juwelen - de buitenkant bekleed met Pruisisch blauw zijdefluweel. Binnenin stond:

GARRARD&C°Ltd
Goldsmiths Jewellers &c.
TO THE KING
By Special Appointment
TO THE CROWN
24, ABLEMARLE ST. W


Een hoofdband en een broche, dat viel de vrouw meteen op. Waar ooit twee oorhangers hadden gelegen, was nu een lege plek. Het negatief was vier centimeter lang. De vrouw kon zich de ontbrekende sieraden goed voorstellen. In gedachten maakte ze het verlies zelfs ongedaan. Ze zag het materiaal, de vorm en de kleur. Het waren vast stenen geweest, voornamelijk amethist en kleine witte diamanten in een open zetting. Gouden staafjes.
De vrouw voor de vitrine nam haar tijd, ondanks de wachtenden.
De man achter haar keek eerst naar haar tengere hals. En naar het kapsel met de blonde knot. Links en rechts naar beneden: oorhangers. Tussenin: de hals, de oorlellen van de vrouw. Hij wist wat hij zag. De oorhangers van amethist, gecombineerd met kleine diamanten. Gouden staafjes. Hij schatte de oorhangers op zo’n vier centimeter.

De vrouw ging nu weg van de vitrine en maakte plaats voor de mannen. Met haar weggaan was ook het verlies uit de kamer verdwenen. 

 

8 De vork van Nietzsche

Op hoge leeftijd hadden Harald, Kurt en Erich - drie vrienden voor het leven - zich een mooie bril aangeschaft: een lorgnet. Elk van de lorgnetten was anders. Kurt had een opvouwbaar lorgnet waarvan het oculair afgebiesd was met fijne witte diamanten. Het lorgnet van Erich was eigenaardig, voor het overgrote deel met paars email afgewerkt, en bevatte twee brillen. Harald ten slotte had een gouden lorgnet met een rechthoekig handvat van agaatsteen, dat hij kon dichtvouwen tot een vergrootglas.

Door drie verschillende brillen kijken, betekende vanuit drie verschillende standpunten naar hetzelfde kijken maar toch iets helemaal anders zien. En hoe duidelijker dat werd, hoe minder de drie vrienden elkaar begrepen. Tijdens een bezoek aan een gebouw met de vork van Nietschze liep het helemaal mis. In het gebouw stond de volgende zin:

‘De mensheid zou slechts één enkele keer een overeenkomst met zichzelf moeten sluiten en die zou zijn, dat er geen overeenkomst kon worden gesloten, en omdat er geen overeenkomst kon worden gesloten, kon ook dat idee niet worden gedacht.’

De drie vrienden begrepen het niet. Begrepen ook niet dat het gebouw een spel met hun speelde. Kregen ruzie. Vroeger, toen ze niets zagen, spraken ze blindelings dezelfde taal. Maar nu ze beter zagen, konden ze alleen nog de verschillen zien. Hun vriendschap had zestig jaar en een oorlog overleefd, maar de drie verschillende lorgnetten en de vork van Nietschze maakten er een einde aan. 

 

9 Novalis

We keren terug naar Pruisen, aan het begin van de negentiende eeuw. Patriottistische dames die hun zonen moesten afstaan aan de oorlog gaven ook al hun gouden sierraden weg om de oorlogskas te spijzen. In ruil daarvoor tooiden ze zich ironisch genoeg met juwelen van gietijzer, materiaal afkomstig van kanonnen, van bajonetten en van geweren: buitgemaakte oorlogswaar van de vijand.

Ondanks de oorlog waren deze juwelen dankzij hun fijnheid en ongebruikelijke elegante gietvormen heel erg gezocht. Als de zoon tijdens de oorlog sneuvelde, maakte de moeder het gietijzer vaak zwart als teken van rouw. De achterliggende gedachte: het gietijzer dat de moeders droegen, kon afkomstig zijn van het wapen dat hun zoon de dood had ingejaagd. Geen enkel juweel was zonder zonde. Deze juwelen kregen de naam Fer de Berlin. Er was ze geen lang leven beschoren. Om voor de hand liggende redenen waren de gietijzeren armbanden, halssnoeren, broches en oorhangers zo licht mogelijk gemaakt. Omdat ze zo fijn waren, braken ze snel af, of ze werden poreus of roestten nagenoeg helemaal weg. Het object dat de herinnering aan de zoon levend moest houden, kwijnde op het lichaam van de moeder langzaam weg.

Zo creëert elke periode zijn eigen beelden. En zo zie je dat niet enkel grote kunstwerken ons veel vertellen over een tijdvak. Ook meer bescheiden handelingen kunnen een uitdrukking zijn van de tijd waarvoor ze stonden. 

 

10 Het diamanten jubileum

Ik ben ruim honderdvijftien jaar oud. Sinds enige tijd schitter ik aan een van de muren van het Diamantmuseum in Antwerpen. Vanaf de plaats waar men mij heeft opgehangen zie ik een groot deel van de collectie. Dagelijks komen mensen naar mij kijken, soms akelig dichtbij. Dan hoor ik hen fluisteren; ‘Ohhhh! It’s The Diamond Jubilee!’ Ze weten niet dat ik hen ook kan zien.

Ooit was ik een groot vel blank papier. Ik lag op een plaats waar niemand kwam, in een la in een verwaarloosde loods van een grote Londense uitgeverij. Met het klimmen van de jaren verloor ik geleidelijk mijn lichte witte glans. Mijn randen verkleurden.
Tot mijn droom in vervulling ging en ik uit de lade werd gehaald. Tussen duim en wijsvinger werd ik naar een grote tafel gebracht, waar een reusachtige zwarte drukmachine stond, met rollen, hendels, radertjes en tandwielen. Ik werd vakkundig tussen drie rubberen cilinders en twee stalen kromme kleppen vastgezet.
Toen de druk op mijn lichaam ophield, werd ik uit de machine gegooid. Op een
tafel werd ik eerst wat gedroogd en vervolgens van mijn rafelige kanten ontdaan. Ten slotte werd ik door raadselachtige handen in een mooie houten lijst geschoven. Ik kreeg meteen het gevoel niet enkel een bedrukt vel papier te zijn, maar een mooie, betekenisvolle kaart, waar het Britse Rijk veel plezier aan zou beleven. 

 

11 Een verzamelaar van zwart

Mijnheer Z. had aan de universiteit Moderne Tijden gestudeerd. Op de faculteit had hij menig professor verbaasd door een proefschrift af te leveren over de functie en betekenis van kleur in de loop van de Moderne Tijden.
Op een zeker ogenblik begon hij in zijn ouderlijk huis in Geel allerlei zwarte objecten, vooral juwelen, maar ook zeldzame schilderijen, tekeningen, manuscripten en brieven bij elkaar te brengen. Uit verschillende periodes, zolang er maar zwart in voorkomt. Geleidelijk veranderde hij in de ogen van zijn vakgenoten in een excentriekeling. De uitnodigingen voor samenkomsten onder universitairen verminderden gestaag. Ook het feit dat hij uitgerekend in Geel resideerde, werd meer en meer een nadeel. Geel staat in België immers bekend voor zijn psychiatrische instellingen. De reputatie en de kleur van de naam werkten hoe langer hoe meer tegen hem en zijn collectie. Dat besefte Mijnheer Z. maar al te goed.
Zodat hij besloot om naar Zwartberg te verhuizen. De inwoners van Zwartberg zouden sowieso niet over de kleur struikelen, en wellicht zelfs oog hebben voor alles wat niet zwart is in de verzameling.
De gekte van Geel is er nu wel vanaf, het zwart heeft zijn plaats herwonnen en de collectie is gelukkig voor een nare droom behoed. 

 

12 De bourree

Augusti zat in een ligstoel, met een gewatteerd stokje in zijn oor. Hij was de avond voordien gaan zwemmen in de Middellandse zee en was opgestaan met een doof rechteroor. Erg vervelend, omdat ’s avonds in het concertzaaltje van de villa een diamanten juweel zou worden overgedragen. Hij had de complexe overdracht, die hem een aardig bedrag opleverde, zorgvuldig ingestudeerd.

Vanavond zouden de suites voor cello van Johann Sebastian Bach voor een select gezelschap worden gespeeld. Met zijn opdrachtgevers was afgesproken dat Augusti tijdens de derde suite zijn plaats zou verlaten. In de belendende kamer zou een vrouw naar hem toekomen en ter hoogte van het fresco een pakje in zijn handen stoppen. De eigenlijke overdracht nam dus minder dan een seconde in beslag.

’s Avonds. Hij kende het stuk perfect. Het einde van de tweede herhaling in de bourree viel samen met het moment waarop hij zijn plaats zou verlaten en naar het fresco zou wandelen. Dat moment had Augusti telkens weer geëmotioneerd toen hij er bij wijze van oefening naar luisterde. Maar de uitvoering van deze avond kwam hem anders voor dan op zijn cd. Hoewel hij het tegendeel van een kenner was, viel het hem op dat de vibratie ontbrak. August keek naar de cellist, zonder de melodie uit het oog te verliezen. Het oor, liever gezegd. Maar de bourree was tegelijk volkomen vreemd en volkomen vertrouwd. En de herhaling, die hij zo verwachtte, kwam niet. En alsof dat nog niet genoeg was, genas zijn rechteroor – met een plop – op het verkeerde moment.

Als verlamd zag hij in de bijkamer de vrouw langs het fresco wandelen. Het publiek applaudisseerde enthousiast. En Augusti bleef achter met een sieraad dat een gat in zijn broekzak brandde.

 

13 Marinela

Bij het huwelijk neemt een vrouw in Roemenië de naam van haar man over. Dat is wettelijk zo bepaald. Voor alle vrouwen is het verliezen van hun meisjesnaam onomkeerbaar. Wanneer de man en de vrouw besluiten te scheiden, blijft de naam van de man voor altijd in de naam van de vrouw bestaan.

Toen Marinela besloot de echtelijke woning voor altijd te verlaten, gaf haar man haar iets onvergetelijks mee: een schat die hij sinds hun huwelijk diep in haar naam had begraven. Wanneer je haar naam uitsprak, verscheen er altijd weer iets onvergetelijks in de verbeelding: een schitterend geslepen steentje.
Marinela vertrok met deze schat in haar naam definitief naar een bestemming ver over de grenzen, Antwerpen. Ook daar werd ze door haar bijzondere naam met open armen ontvangen.
Toen ze vorige week in een bar in de stad iets dronk, keek een man met een charmant uiterlijk haar diep in de ogen. Hij vroeg hoe ze heette en ze antwoordde met een vreemd accent: mijn naam…mijn naam is Diamant, Marinela Diamant.
’s Avonds gingen ze samen eten. Ze zaten bij de gezelligheid van kaarslicht. Telkens als de charmeur liefkozend haar naam uitsprak, lichtte de vrouw even op. Later op de avond vroeg hij haar ten huwelijk. Toen richtte Marinela zich op en sprak: ‘Wie mij huwt zal het heldere steentje in mij verliezen. Weet dat ik dan nooit meer zo zal stralen.’ Ze trok haar hand terug, stond op, ging naar buiten en verdween in de schaduw van de kathedraal.

 

 

Meer informatie: Diamantmuseum Provincie Antwerpen
Micheline Van Branden: +32 3 202 48 92 | micheline.vanbranden@diamant.provant.be
Fotomateriaal is beschikbaar in hoge resolutie via ftp://ftps.provant.be
(Log-in: CultuurPers - en - Paswoord: PersCultuur) Zie Map Diamond Museum Antwerp / Exhibitions 2009